WET TOT REGELING VAN HET ONDERWIJS VAN RIJKSWEGE

IN INDISCHE TAAL-, LAND- EN VOLKENKUNDE.

(Vastgesteld den l0den Junij 1864

en uitgegeven den 16den Junij 1864, Staatsblad no. 71).

 

Art. 1. Van rijkswege wordt eene instelling van onderwijs in Indische taal-, land- en volkenkunde opgerigt en te Leiden gevestigd.

2. Het onderwijs omvat:

a. de indische taal- en letterkunde;

b. de land- en volkenkunde van Nederlandsch Indië;

c. de geschiedenis van Nederlandsch Indië;

d. het publiek regt en het stelsel van bestuur in Nederlandsch Indië;

e. de godsdienstige wetten, volksinstellingen en gebruiken in Nederlandsch Indië.

3. De leeraren -worden door Ons benoemd en voeren den titel van hoogleeraar.

Zij genieten uit 's rijks schatkist eene vaste jaarwedde. Bovendien kunnen een of meer privaat-docenten worden benoemd.

4. Ieder, die als student aan de instelling wordt ingeschreven, stort bij den aanvang van elk studiejaar eene som van ƒ 200. Hij verkrijgt daardoor den toegang tot de lessen der instelling. Zij, die slechts enkele lessen wenschen te volgen, betalen, mede bij den aanvang van elk studiejaar, voor lessen, die gegeven worden

eenmaal 's weeks ƒ 10;

tweemaal 's weeks f 20;

driemaal 's weeks ƒ 30;

vier of meermalen 's weeks ƒ 40.

Deze gelden worden in 's rijks schatkist gestort.

Van de lessen, in dit artikel genoemd, zijn die der privaat-docenten uitgezonderd.

5. Wij behouden Ons voor, de verdere voorschriften omtrent de inrigting bij maatregel van bestuur te geven.

6. Deze wet treedt in werking op den Istcn Julij 1864 of op een vroeger door Ons te bepalen tijdstip.

Bestaande voorschriften betreffende de opleiding van candidaat-ambtenaren voor de dienst in Nederlandseh Indië vervallen met de invoering dezer wet.

Bronnen: J.C. Meijer (ed.) Nederlandsche Staatswetten (Sneek 1876)

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave

Laatst bijgewerkt op 17 juli 2009