Instructie voor de Generaliteitsrekenkamer (1651)

Sabbathi den 30. September 1651

Is gehoordt het rapport van de Heeren van Raesfelt, van Swieten, en van der Hoolck, haer Hoogh Mog. Gedeputeerden, achtervolgens der selver Resolutie van den negenden deser, uyt de instructie voor den Raedt van State, den achttienden Julii laetstleden op de Groote Zale gearresteert, geëxtraheert en by den anderen gevoeght hebbende seeckere Poincten en Articulen, dienende respective tot ampliatie van den Instructie, den een en twintighsten Januarii sestien hondert twee en twintigh gearresteert voor des Generaliteyts Reecken-kamer, als mede van de Instructie, den eersten Januarii sestien hondert negen en twintigh gearresteert voor den Ontvanger Generael Doubleth: Waer op gedelibereert zijnde, hebben haer Hoogh Mog. de opgemelte Heeren derselver Gedeputeerden, over ende ter saecke van de genomen moeyte bedanckt, ende is voorts ingevolge van 't voorsz rapport goedtgevonden en verstaen, de voorsz Poincten en Articulen respective midts desen te arresteren en vast te stellen, en dat daer mede de voorsz Instructien respective, soo van de Generaliteyts Reecken-kamer als Ontvanger Generael voornoemt, sullen werden geamplieert, ende aen deselve toegesonden, omme daer op ten spoedighsten alhier ter Vergaderinge beëdight te werden, in voegen en manieren als de voorsz respective Articulen hier na volgende van woorde tot woorde staen geinsereert.

Poincten en Articulen, dienende tot Ampliatie van de Instructie voor des Generaliteyts Reecken-kamer, dato den dertighsten September sestien honderdt en vyftigh [sic HV]

I

Eerstelyck sullen de Gecommitteerden in des Generaliteyts Reecken-kamer wel besorgen en naerstelijck aenhouden, dat alle Comptablen van de Generaliteyts Middelen, soo van Verpachtingen in de Steden als ten platten Lande, redemptie van Middelen, Contribitien, Verpondingen, Geestelijke Goederen, het Zegel, Domeynen, Leenen, oock de Vivres, Ammunitie van Oorlogh, ende van alle andere Inkomsten, geen uytgesondert, jaerlijcks aen de opgemelte Kamer komen reeckenen en overleveren drie Reeckeningen, als eene voor den Raed van State, eene voor de Kamer en eene voor den Rendant, met byvoeginge van alle originele Documenten ende behoeften daer toe dienende, om by de voornoemde Kamer gehoort en geslooten zijnde, daer van de dubbelen als vooren uyt te leveren, ende sulcks tot weeringe van abuysen.

II

Sullen daer op letten dat de respective Provincien de Compagnien haer volle Soldye, sonder eenige kortinge of belastinge, 't sy van de Solliciteurs, Schrijvers, Comptoir-gelden, Nieuwe-jaar-gelden, of andersints, hoedanigh 't selve soude mogen werden genoemt, directelijck of indirecktelijck, maendelijck betalen.

III

Sullen wel reguard nemen dat by alle de versoecken om Ordonnantien aen den Raed van State gepresenteert, ende van de selve aen den Kamer gesonden, gevoeght zijn, alle de Behoeften, Bestecken en andere Bescheyden, ter saecke waerom de respective Ordonnantien werden begeert, ende de selve gevisiteert, geëxamineert en geliquideert hebben, oock wel nagesien of 't Landt in de partyen aldaer gebracht, gehouden is of niet, wederom senden aen den gemelde Raedt, om van deselve Ordonnantie daer op verleendt te werden, die dan by den Heere praesideerende, en twee andere Heeren uyt den selven Raedt, alle uyt verscheyde Provincien wesende, den Thesaurier en den Secretaris uyt het selve Collegie, na voorgaende registratie folio tali, daer op gesteldt, onderteeckent sullen moeten zijn, welcke Ordonnantien wederom met de behoeften als vooren ter Kamer sullen werden gebracht, om aldaer geëxamineert te werden, of deselve volgens de ordre van 't Landt gegeven zijn, en als die alsoo bevonden zijnde, ter Kamere oock werden geregistreert folio tali, sonder dat eenige Ordonnantien, alsoo niet geconditioneert zijnde, bij den Ontfanger Generael sullen aengenomen ofte betaeldt mogen werden, op poene van royeringe.

IV

Sullen voorts besorgen dat de Convoyen, volgens de Consenten en de Lijsten by de Staten Generael daer op gemaeckt, en noch te maecken, en van gelijcken oock de Licenten, volgens de Lijsten daer op gedresseert, en noch te dresseren, eenpaerlijck werden geheven en achtervolgt.

V

Sullen de Steden laten by hun gebruyck, om in tijde van noodt, en als de saecken geen uytstel en mogen lijden, hen te Water te wapenen, en Schepen van Oorlogh uytrusten, tot laste van den Lande, midts daer van datelijck advertentie hebbende gedaen aen de Generaliteyt, om uyt de voornoemde Middelen betaelt te werden.

VI

Sullen geene pensioenen noch beneficien tot laste van den Lande mogen passeren, ten zij deselve by haer Hoogh Mog. zijn verleent.

VII

Sullen geene remissien aen de Pachters of andere Debiteuren, van 't Gemeene Landt gegeven, considereren of van waerden werden gehouden, sy en zijn geschiedt met kennisse en toestemming van de Ordinaris Vergaderinge van haer Hoogh Mog.

VIII

Sullen uyt geaffigeerde Billietten goedt reguard nemen of de Wercken in 't openbaer oock zijn besteedt geweest, en dat oock deselve Billietten en Bestecken by de Ordonnantie werden gevoeght, oock toesien dat geen continuatie van de aengenomene wercken werden toegestaen, dat geen Ordonnantien, wat naem die souden mogen hebben, anders werden gedepescheert als op den Ontfanger Generael, die de houders van deselve Ordonnantien, op haer versoeck, met Assignatien op de subalterne Ontfangers, ter plaetse van haere residentie, of tot derselver meeste gerief sal mogen accommoderen.

IX

Van 't recht van 't Zegel goedt register houden en contre-rolle gehouden zijnde, volgens den taux by de Staten Generael geordonneert of noch te ordonneren, sal oock verantwoordinge werden gedaen: Doch sal 't selve mogen werden bekeert tot betalinge van de Officieren, of andere noodelijcke saecken van den Raed van State.

Poincten en Articulen, dienende tot Ampliatie van de Instructie voor den Ontfanger Generael Doubleth, den dertighsten september sestien honderdt een en vijftigh.

I

Eerstelijck en sal den voornoemden Ontfanger Generael geen Ordonnantien van waerden houden, noch geen betalinge daer op doen, sy en zijn gegeven by den Raed van State, en van den Heer praesiderende, met twee andere Heeren uyt den Raed, den Thesaurier en den Secretaris van het Collegie, naer voorgaende registrature folio tali daer op gesteldt, onderteyckent, met alle de behoeften, Bestecken en andere Bescheyden, ter saecken waerom de respective Ordonnantien zijn verleent, daer annex, en by de Generaliteyts Reecken-kamer oock gevisiteert, geëxamineert en geliquideert, oock nagesien of deselve na de ordre van 't Landt zij gegeven, met registrata folio tali, bij deselve Kamer daer op gesteldt, sonder 't welck den Ontfanger geen betalinge sal doen, alles op poene van royeringe.

II

Ende sullen geen Ordonnantien, wat naem die oock soude mogen hebben, anders mogen werden gedepescheert als op den Ontvanger Generael, die de Houders van deselve Ordonnantien, op haer versoeck, met assignatien op de subalterne Ontfangers ter plaetse van haer residentie, of tot derselver meeste gerief sal mogen accommoderen.

Was geparapheert, A. Bouchorst, vt.

Onderstondt, Accordeert met het voorsz Register.

Geteeckent, N. Ruysch.

Uitgegeven: Groot Placcaet-boeck IV ('s-Gravenhage : Paulus Scheltus, 1705), blz. 135-136

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave

Laatst bijgewerkt op 17 juli 2009