WET van 10 Mei 1886, houdende bepalingen ter bevordering van de verdeeling van markgronden.
Wij WILLEM III, enz.
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is nieuwe bepalingen vast te stellen ter bevordering van de verdeeling van markgronden;
Zoo is het, enz.
Artikel 1.
Onder markgronden verstaat deze wet gronden die van oudsher in onverdeelden eigendom bezeten worden onder de namen van marken, maalschappen, holtingen meenschappen, meenten, buurten, buurtschappen of andere soortgelijke namen.
2. Onder markgenooten verstaat deze wet de medegerechtigden in markgronden, en onder marken de vereenigingen, bekend onder de in art. 1 bedoelde namen.
§ 2. Van de vordering tot verdeeling.
3. Ieder markgenoot is gerechtigd de verdeeling van de markgronden te vorderen.
4. Niemand is in eene vordering tot verdeeling van markgronden ontvankelijk, tenzij hij vooraf het bestuur der mark vruchteloos tot vrijwillige verdeeling gerechtelijk heeft aangemaand.
De aanmaning wordt geacht vruchteloos te zijn gedaan:
1°. wanneer niet binnen veertien weken daarna aan hem, van wien zij uitging, een besluit der markgenooten tot vrijwillige verdeeling is beteekend;
2°. wanneer het besluit tot vrijwillige verdeeling niet binnen twee jaren nadat het genomen werd, is ten uitvoer gelegd door overschrijving der akte van scheiding en deeling in de openbare registers.
5. De gerechtelijke aanmaning geschiedt aan den persoon of ter woonplaats van ieder der bestuurders van de mark.
Zij wordt bovendien aangeplakt ter plaatse van de gewone afkondigingen in de gemeente of gemeenten, waarde mark-gronden gelegen zijn.
6. Binnen ééne maand na die aanmaning roept het bestuur de markgenooten op ter bijwoning van eene binnen twee maanden te houden vergadering, om over het verdeelen der markgronden te beslissen, alles op de bij de mark gebruikelijke wijze.
Waar die wijze niet bij reglement is voorgeschreven of door gewoonte bepaald, beslist de meerderheid der ter vergadering tegenwoordige markgenooten over de vordering tot verdeeling.
De leden van het bestuur der mark zijn aansprakelijk voor de gevolgen door het verzuim dezer oproeping veroorzaakt.
In geval van zoodanig verzuim, is hij die het bestuur der mark tot vrijwillige verdeeling gerechtelijk heeft aangemaand, bevoegd markgenooten op een termijn van eene maand op te roepen tot bijwoning van eene vergadering, als in het op eerste lid bedoeld.
De bepalingen van de artikelen 19, 20, 21, 22, 24 en 30 zijn ook bij vrijwillige verdeeling van toepassing, met dien verstande echter dat het bestuur der mark in de plaats treedt van de in die artikelen genoemde rechter-commissaris en commissie en de landmeter door het bestuur wordt benoemd.
§ 3. Van het geding tot verdeeling,
7. Van de vordering tot verdeeling wordt in eersten aanleg kennis genomen door de arrondissements-rechtbank, onder wier gebied de markgronden of het voornaamste deel daarvan, naar de belastbare opbrengst berekend, zijn gelegen.
De vordering wordt als summiere zaak behandeld.
Indien de ontvankelijkheid der vordering wordt betwist met de bewering, dat de gronden, waarvan de verdeeling wordt gevorderd, geen markgronden zouden zijn, wordt over dit geschilpunt het openbaar ministerie gehoord.
8. De vordering wordt aanhangig gemaakt door dagvaarding van het bestuur.
Deze dagvaarding geschiedt en wordt aangeplakt overeenkomstig hetgeen in artikel 5 ten opzichte van de aanmaning is bepaald.
Alle andere gerechtelijke exploten voor de mark bestemd, geschieden op gelijke wijze, doch daarvan wordt geene aanplakking vereischt.
9. Bij het vonnis waarbij de verdeeling der markgronden wordt gelast benoemt de rechtbank een rechter-commissaris, door wien, na verhoor of behoorlijke oproeping van het markbestuur, eene commissie van drie of vijf personen, bij voorkeur uit de markgenooten, en een landmeter worden benoemd.
10. De termijn van hooger beroep van elk vonnis in de procedure tot verdeeling van markgronden is van ééne maand, te rekenen van den dag der uitspraak.
Zoodra het vonnis of arrest, waarbij de verdeeling van markgronden is gelast, in kracht van gewijsde is gegaan, wordt door den rechter-commissaris een uittreksel daarvan openbaar gemaakt door aanplakking ter plaatse in artikel 5 omschreven en door aankondiging in een of meer door hem aan te wijzen nieuwsbladen.
§ 4. Van de gerechtelijke verdeeling.
11. De rechter-commissaris bepaalt tijd en plaats der bijeenkomst, waarop allen die, hetzij als markgenooten, hetzij wegens de uitoefening van eenig zakelijk recht, hetzij wegens eene huurovereenkomst, bij de verdeeling belang hebben, voor hem kunnen verschijnen, persoonlijk of bij schriftelijk daartoe gemachtigden.
Hij doet zijne beschikking aanplakken op de wijze in art. 5 omschreven.
12. Op den bepaalden tijd wordt de bijeenkomst gehouden onder voorzitterschap van den rechter-commissaris bijgestaan door den griffier der rechtbank en in het bijzijn der in artikel 9 vermelde commissie, of deze daartoe opgeroepen zijnde, die zoo noodig inlichtingen geeft. Indien er geschil blijkt te bestaan over iemands aandeel in, of recht op de markgronden of iemands recht als huurder van die gronden en de rechter-commissaris partijen niet kan vereenigen, verwijst hij haar, voor zoover niet reeds aanhangig is, naar eene door hem te bepalen zitting van de rechtbank
Deze verwijzing vervangt de dagvaarding.
De zaak wordt als summiere zaak behandeld.
13. Van de verschijning en de opgaven der belanghebbenden en van hunne verwijzing naar de rechtbank wordt door den rechter-commissaris proces-verbaal opgemaakt.
Tevens wordt door hem eene voorloopige lijst samengesteld van hen wier rechten niet zijn betwist, met vermelding van den aard en den omvang van ieders recht.
Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen afloopen, verdaagt de rechter-commissaris de zitting tot een andere dag zonder nadere oproeping en maakt daarvan melding het proces-verbaal.
14. De lijst van rechthebbenden ligt met het proces-verbaal gedurende vier weken op de griffie der rechtbank, en een door den rechter-commissaris geteekend afschrift daarvan op de secretarie der gemeente of gemeenten, waarin de markgronden gelegen zijn, kosteloos ter inzage, terwijl ieder daarvan voor zijne rekening afschrift of uittreksel kan bekomen.
Van deze nederlegging wordt door den rechter-commissaris kennis gegeven door aanplakking op de wijze in artikel 5 omschreven, met bepaling van tijd en plaats waarop eene nadere bijeenkomst zal gehouden worden.
15. In de nadere bijeenkomst is ieder belanghebbende, ook de tot dusver niet verschenen, bevoegd, zijne rechten te doen kennen en het recht van anderen te betwisten, onverschillig of deze al dan niet reeds op de lijst van rechthebbenden zijn geplaatst.
De bepalingen van de artikelen 12 en 13 zijn op de nadere bijeenkomst van toepassing.
16. De lijst van rechthebbenden, volgens de nadere opgaven gewijzigd en aangevuld, wordt met het proces-verbaal door den rechter-commissaris ter griffie der rechtbank, en een door den rechter-commissaris geteekend afschrift daarvan op de secretarie der gemeente of gemeenten, waarin de markgronden gelegen zijn, nedergelegd, op den voet van artikel 14.
Van die nederlegging wordt door hem kennis gegeven door aanplakking op de wijze in artikel 5 omschreven.
Binnen vier weken na die aanplakking kunnen belanghebbenden tegen den inhoud dezer lijst bij de rechtbank in verzet komen.
Die bevoegdheid wordt in de bij het tweede lid voorgeschreven kennisgeving vermeld.
Het verzet wordt als summiere zaak behandeld.
17. Indien bij het einde van dat tijdsverloop geen verzet is gedaan, en geen geschil als bedoeld bij artikel 12 aanhangig is, wordt de lijst door den rechter-commissaris gesloten en ondertekend
Is op dat tijdstip verzet gedaan of eenig geschil aanhangig, zoo geschiedt de sluiting en onderteekening van de lijst, zodra de uitspraak des rechters in kracht van gewijsde is gegaan.
Na de sluiting en onderteekening van de lijst wordt niemand dan die daarin als zoodanig vermeld wordt, als rechthebbende erkend.
18. Zoodra de lijst van rechthebbenden is gesloten, wordt overgegaan tot het opmaken van een plan van verdeeling der marken gronden door de rechter-commissaris, onder voorlichting van de in artikel 9 vermelde commissie of deze aldaartoe opgeroepen zijnde, bijgestaan door den landmeter.
19, De rechter-commissaris doet door den landmeter eene kaart der markgronden vervaardigen, waarop worden aangewezen, zoowel de bestaande wegen en waterleidingen die onveranderd behouden worden, als die welke ten openbaren dienst door de zorg der commissie, voor rekening der mark moeten worden aangelegd of verbeterd.
De in art. 9 bedoelde commissie geeft zoowel den rechter-commissaris als den landmeter de inlichtingen, die zij wenschelijk achten te verstrekken of die van haar worden verlangd. Een afschrift der kaart met eene beschrijving, behelzende de breedte der wegen en de breedte en diepte der waterleidingen wordt door den rechter-commissaris ter goedkeuring toegezonden aan het bestuur der gemeente of gemeenten waarin de markgronden gelegen zijn.
20. Indien door het bestuur eener gemeente binnen drie weken geen beschikking aan den rechter-commissaris door een daartoe bevoegden ambtenaar is beteekend, wordt voor zooveel die gemeente betreft, de goedkeuring geacht te zijn verleend. Van die al of niet beteekening geeft de rechtercommissaris kennis aan ieder der leden van de in art. 9 bedoelde commissie.
Indien een gemeentebestuur zijne goedkeuring weigert, is de rechter-commissaris zoowel als de commissie bevoegd, binnen drie weken na de beteekening daarvan, in hooger beroep te komen bij Gedeputeerde Staten.
Wordt het besluit van Gedeputeerde Staten door Ons op grond van strijd met de wet of het algemeen belang vernietigd, dan hebben deze opnieuw over de zaak uitspraak te doen met inachtneming van Onze beslissing.
21. Het onderhoud van de ten openbaren dienst bestaande of door de zorg der commissie aan te leggen of te verbeteren wegen en waterleidingen met de daartoe behoorende kunstwerken, komt tegen eene billijke vergoeding, ten laste van de gemeenten waarin de markgronden gelegen zijn.
Bij verschil tusschen de commissie en een gemeentebestuur over de aanvaarding in onderhoud dezer wegen dn waterleidingen, kan de beslissing van Gedeputeerde Staten worden ingeroepen en is het laatste lid van artikel 20 van toepassing.
Geschillen over de billijke vergoeding voor dit onderhoud te ontvangen, beslist de rechter.
22. Door de gerechtelijke verdeeling worden de bestaande overeenkomsten van huur en verhuur van markegronden verbroken, behoudens schadeloosstelling van de eenkomstig artikel 23.
23. De commissie waardeert de verschillende gronden met het oog op hun aard en ligging.
Zij bepaalt den aard en de hoegrootheid der schadeloosstelling te ontvangen voor het gemis van zakelijke rechten en voor het verbreken van verhuringen.
Zij maakt de kavelingen waarbij aan ieder rechthebbende zijn aandeel wordt toegedeeld, met inachtneming van het bij art. 24 bepaalde.
Zij doet op de kaart brengen de uit- en overwegen naar en van den openbaren weg en de waterloozingen naar de openbare waterleiding.
Zij onderwerpt een en ander aan de goedkeuring van den rechter-commissaris.
24. Aan hen, die alleen krachtens ingezetenschap tot het genot van markgronden gerechtigd zijn, zonder zelf een eigendomsrecht te hebben, wordt geen aandeel toebedeeld, doch aan de gemeente of afdeeling eener gemeente, aan welker ingezetenschap zij dat genot ontleenen, wordt een derde gedeelte toebedeeld van het aandeel, dat zij verkrijgen zouden, indien hun recht dat van eigendom ware, welk gedeelte wordt gekort op het aandeel van ieder der overige markgenooten naar evenredigheid.
Die toebedeeling aan de gemeente of afdeeling heeft niet plaats indien deze zelve een recht van eigendom heeft op het gedeelte, tot welks genot hare ingezetenen gerechtigd zijn, en haar op dien grond een aandeel wordt toegekend.
Zij. die krachtens ingezetenschap tot het genot gerechtigd waren, blijven zulks voor wat betreft het aan de gemeente of afdeeling toebedeelde aandeel, tenzij hun recht wordt afgekocht tegen schadeloosstelling, door scheidsmannen in oneffen getal te bepalen, op wier benoeming, werkzaamheden en beslissing de artikelen 624 en volgende van den eersten titel van het derde boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toepasselijk zijn.
25. De door den rechter-commissaris goedgekeurde verkaveling, met vermelding van het bedrag der toegekende schadeloosstellingen, ligt met toelichting gedurende vier weken voor belanghebbenden ter inzage op het huis der gemeente of gemeenten, waar de markgronden gelegen zijn.
De rechter-commissaris geeft van deze nederlegging kennis door aanplakking op de wijze in artikel 5 omschreven, met bepaling van tijd en plaats waarop belanghebbenden voor hem kunnen verschijnen, persoonlijk of bij schriftelijk daartoe gemachtigden, ten einde hunne bezwaren te doen kennen.
26. Op de bijeenkomst met belanghebbenden is de commissie tegenwoordig tot het geven van inlichting.
Indien belanghebbenden bezwaren hebben of onderling van stukken grond wenschen te ruilen, geven zij dat op die bijeenkomst te kennen.
Van het aldaar verhandelde wordt door den rechter-commissaris proces-verbaal opgemaakt.
Bij gebreke van overeenstemming, verwijst de rechter-commissaris partijen naar eene door hem te bepalen zitting der rechtbank.
Deze verwijzing vervangt de dagvaarding.
De zaak wordt als summiere zaak behandeld.
27. Indien naar aanleiding der bijeenkomst wijziging wordt gebracht in de verkaveling of schadeloosstelling, liggen deze wijzigingen, met het proces-verbaal, gedurende veertien dagen andermaal voor belanghebbenden ter inzage.
Voor deze nederlegging en de daarop volgende bijeenkomst zijn de bepalingen van de artikelen 25 en 26 van toepassing.
28. Na afloop der laatste bijeenkomst, of, indien er dan nog eenig geschil aanhangig is, zoodra de uitspraak des rechters in kracht van gewijsde is gegaan, maakt een door den rechter-commissaris aangewezen notaris eene akte van scheiding op.
Zij wordt onderteekend door de commissie en de rechter-commissaris, en overgeschreven in de openbare registers, ten bewijze van overdracht der toegedeelde en geruilde gronden. Zoolang de akte van scheiding niet in haar geheel in de openbare registers is overgeschreven, kan ieder, aan wien daarbij gronden worden toebedeeld, een uittreksel der akte voor wat betreft de door hem toegedeelde en door hem in ruil genomen gronden in de openbare registers doen overschrijven ten bewijze van overdracht.
29. Gedurende de werkzaamheden tot de gerechtelijke verdeeling kunnen, nadat vooraf de markgenooten door het bestuur zijn opgeroepen, de markgronden verkocht worden, wanneer een verkoop van het geheel bij meerderheid van stemmen der aanwezige markgenooten, of van een deel door den rechter-commissaris, op voordracht der commissie, noodzakelijk wordt geacht.
In beide gevallen geschiedt die verkoop in het openbaar door het markbestuur, ten overstaan van den door den rechter-commissaris aangewezen notaris.
Indien binnen zes maanden na de dagteekening van het besluit der markgenooten tot verkoop of na de mededeeling van het markbestuur door den rechter-commissaris van zijne zienswijze omtrent gedeeltelijken verkoop, het markbestuur dien verkoop niet heeft dcen plaats hebben, geschiedt deze door de zorg der in art. 9 vermelde commissie.
30. De verdeeling, alsmede de daartoe noodige verkoop van markgronden hebben plaats ook indien daarin het Kroondomein, de Staat, provincien, gemeenten of waterschappen medegerechtigd zijn, en indien er onder de belanghebbenden mochten zijn afwezigen, minderjarigen of andere personen, die de vrije beschikking over hunne goederen missen, zonder dat voor hen eene bijzondere machtiging vereischt wordt.
Bewindvoerders, voogden en curators zijn verplicht de afwezigen, de minderjarigen en de onder curateele gestelden bij deze verdeeling of verkoop te vertegenwoordigen en belangen waar te nemen.
De vermoedelijke erfgenamen en legatarissen, die in het bezit van de goederen van een afwezige zijn getreden, overeenkomstig de artikelen 528 en 531 van het Burgerlijk Wetboek, oefenen bij deze verdeeling of verkoop dezelfde rechten aan den afwezige zelf zouden toekomen.
31. Aan de commissie wordt op hare aanvraag door de bewaarders kosteloos inzage gegeven van de betrekkelijke kadastrale stukken, plans en registers.
32. Alle kosten uit de verdeeling voortvloeiende benevens die van de verdeeling zelve en der markgronden komen ten laste van de medegerechtigden en in evenredigheid van ieders aandeel; die van de geschillen ten laste van de verliezende partij, behoudens de toepasselijkheid van art. 56 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
33. Indien de kas der mark niet toereikend is om de kosten uit de verdeeling voortvloeiende en die van de verdeeling zelve te bestrijden, kan zoowel de rechter-commissaris als de in art. 9 bedoelde commissie een voorschot vorderen van dengene, die een vordering tot verdeeling heeft ingesteld
34. De commissie doet rekening van hare werkzaamheden aan den rechter-commissaris en draagt het saldo met het afschrift der goedgekeurde rekening aan het bestuur der mark over.
35. De laatste bestuurders zijn met de verevening der zaken en het opmaken der slotrekening belast.
Deze rekening wordt gedaan aan de gewezen markgenooten op dezelfde wijze als gedurende het bestaan der mark plaats vond.
Door de gewezen markgenooten wordt naar evenredigheid van ieders aandeel het voordeelig slot genoten of het nadeelig slot gedragen.
Alle boeken, kaarten en papieren, die tot het markbeheer behoord hebben, worden overgebracht naar de verzameling van 's Rijks oude archieven in de provincie, waarin de markgronden of het grootste deel daarvan gelegen waren.
Belanghebbenden hebben recht tot kostelooze inzage en tot het verkrijgen van afschriften of uittreksels voor hunne rekening.
§ 5. Slot- en overgangsbepalingen.
36. Zij, die op den 1sten Januari 1886 als markgenooten in de boeken of schrifturen der mark bekend staan, worden als zoodanig aangemerkt, behoudens tegenbewijs.
Zij, die op hetzelfde tijdstip als bestuurders der mark in de boeken of schrifturen der mark bekend staan, of op andere wijze als zoodanig zijn erkend, blijven als zoodanig aangemerkt, totdat zij door anderen op de bij de mark gebruikelijke wijze zijn vervangen, of een bestuur overeenkomstig het eerste lid van art. 37 is benoemd.
37. Binnen drie maanden na het in werking treden dezer wet doen de bestuurders opgaaf van hunne namen en woonplaatsen, alsmede van de plaats voor de zittingen bestemd, aan het bestuur der gemeente of aan de besturen der. gemeenten waarin de markgronden gelegen zijn.
Zodra in deze namen of plaatsen eenige verandering voorvalt geschiedt daarvan gelijke opgaaf.
Deze opgaven worden niet beschouwd als eene erkenning, dat de betrokken gronden markgronden in den zin dezer wet zijn.
Van de ingekomen opgaven wordt door het gemeentebestuur openbare bekendmaking gedaan en aanteekening gehouden in een openbaar register.
Alle gerechtelijke exploten worden gedaan aan de besturen voor zoover zij in de daarvoor gehouden registers bekend staan, en anders aan het hoofd van het gemeentebestuur of aan de hoofden der gemeentebesturen, die het oorspronkelijke voor «gezien» zullen teekenen.
38. Indien eene mark op den 1sten Januari 1886 geen bestuur heeft of geen bestuurders volgens het eerste lid van artikel 36 zijn opgegeven of de bestuurders aftreden zonder door andere te worden vervangen op de bij de mark gebruikelijke wijze, wordt door den Commissaris des Konings in de provincie waarin de markgronden of het grootste deel daarvan gelegen zijn, een bestuur van drie leden, bij voorkeur uit de markgenooten, benoemd.
Bij de benoeming wordt tevens voorgeschreven, op welke wijze de in artikel 6 vermelde oproeping en stemming zullen plaats hebben wanneer geen reglementen van de mark daaromtrent bestaan.
De benoemden geven binnen drie maanden na hunne benoeming aan het gemeentebestuur de plaats op, waar zij zitting zullen houden.
De bepalingen van het tweede, vierde en vijfde lid van het voorgaand artikel zijn in dit geval toepasselijk.
39. Bij verhindering, afwezigheid of ontstentenis van een lid der commissie wordt door den rechter-commissaris een ander benoemd om dat lid voor zoolang noodig te vervangen.
De leden der commissie die buiten de markgenooten zijn benoemd, ontvangen een door den rechter-commissaris te bepalen salaris.
Deze regelt insgelijks het salaris van den landmeter, in overleg met de commissie.
40. Van het recht van registratie zijn vrijgesteld:
a. de gerechtelijke stukken en uitspraken in rechtsgedingen op grond van deze wet ingesteld;
b. de akten en processen-verbaal door den rechter-commissaris of door de in artikel 9 vermelde commissie krachtens deze wet opgemaakt.
In geval van verkoop van markgronden aan een markgenoot worden de rechten van registratie en overschrijving slechts geheven na aftrek van des koopers aandeel in al de verkochte markgronden.
Het laatste lid van artikel 7 en artikel 9 der wet van 11 Juli 1882, tot wijziging der bepalingen betreffende de heffing der rechten van registratie, zijn niet van toepassing op de akten van verdeeling van markgronden.
41. De wetten van 16 Grasmaand 1809 ter bevordering van het ontginnen van woeste gronden, en van 10 Bloeimaand 1810 over de wijze van stemmen bij Marken enz. worden ingetrokken.
Gegeven op het Loo, den l0den Mei 1886.
Bron: Staatsblad 1886 n°. 104
Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.
Terugkeren naar Inhoudsopgave
Laatst bijgewerkt op 17 juli 2009